
Soms raakt een lichaam zo gewend aan overleven, dat het vergeten is hoe het moet voelen.
Het weet nog wel hóe aanraking eruitziet, maar niet meer hoe die vanbinnen hoort te klinken.
Wat ooit een bron van troost, verbinding of liefde kon zijn, werd in een ver verleden gekoppeld aan iets anders: angst, controle, macht of schaamte. En ergens, diep in dat lichaam, is toen een deur dichtgegaan. Niet uit zwakte, maar uit zelfbescherming.
- Waarom aanraking soms niets meer zegt — en wat je lichaam eigenlijk vertelt.
- Hoe somatoforme dissociatie en tastverlies ontstaan uit een oud overlevingsmechanisme.
- Wat klank, adem en zachtheid kunnen betekenen bij het herstellen van tastzin.
- Over de rol van veiligheid, aanwezigheid en zuiverheid in aanraking.
- Hoe je zelf stap voor stap kunt leren om weer te voelen — zonder iets te forceren.
In mijn praktijk ontmoet ik soms vrouwen bij wie die deur langzaam weer opengaat. Hun lichaam reageert niet op de manier die ze verwachten.
Ze voelen een hand, maar niet echt.
Ze merken dat ze ademen, maar de adem lijkt niet door te dringen.
Of ze voelen alleen spanning, alsof de huid zich verzet tegen elke poging tot ontspanning.
En ergens in dat stille niet-voelen schuilt een oud verhaal, een herinnering die zich niet in woorden laat vangen.
Wanneer het lichaam zich afsplitst
De medische term voor dit fenomeen is somatoforme dissociatie.
Een moeilijk woord dat eigenlijk iets eenvoudigs beschrijft: het lichaam beschermt zich tegen (te veel) gevoel. Wat te pijnlijk was om bewust te ervaren, wordt letterlijk “uitgeschakeld” in de zintuiglijke waarneming.
De huid, de adem, de tast – alles wat te dichtbij komt – wordt gedempt, alsof het zenuwstelsel zegt: nu even niet, dit is te veel.
Het is geen toneelspel of “tussen de oren”.
Integendeel: het is het lichaam dat zich op zijn slimst gedraagt.
Want ooit, lang geleden, was dit de enige manier om te overleven. Een kind dat niet kan vluchten of vechten, leert om niet meer te voelen.
De pijn wordt niet weggehaald, maar ergens geparkeerd in een zenuwpad, een spier, een huidlaag.
En dat lichaam leeft gewoon verder — studeert, werkt, trouwt, lacht — tot er op een dag iets of iemand dat oude alarmsysteem aanraakt.
Soms is dat aanraking.
Soms een geur, een toon, een blik.
En dan reageert het lichaam niet met ontspanning, maar met afwezigheid.
Het verstart, trekt zich terug, of wordt dof.
Dat noemen we tactiele anesthesie: het letterlijk niet kunnen voelen van aanraking, zonder dat er lichamelijk iets mis is.
De paradox van aanraking
Wat ik regelmatig zie bij vrouwen die dit ervaren, is een diep verlangen om weer te kunnen voelen — om aanraking te vertrouwen, om zich open te stellen, om wéér te leven met huid en hart.
Maar precies dat verlangen is tegelijk het moeilijkste wat er is, want voelen betekent ook dat je de deur naar herinnering weer op een kier zet.
Het lichaam weet nog wat het hoofd heeft vergeten. Soms komt er bij een zachte aanraking niet ontspanning, maar verdriet. Of boosheid. Of juist niets.
Dat niets kan voelen als een muur van stilte. Maar die stilte is niet leeg. Ze is gevuld met alles wat ooit moest zwijgen.
Ik zeg vaak tegen cliënten: verdoofd voelen is ook een gevoel. Het is het eerste teken dat het lichaam zichzelf laat zien, dat het niet langer alles hoeft weg te drukken. Vanuit die gevoelloosheid kan iets nieuws ontstaan – als we niet te snel iets willen forceren, maar leren luisteren naar wat eronder ligt.
De taal van het zenuwstelsel
Vanuit oosterse zienswijzen, zoals Ayurveda en de Chinese gezondheidsleer, is dit niet alleen een psychologisch maar ook een energetisch verschijnsel. In de Ayurveda spreekt men over prana, de levensadem die via subtiele kanalen – de nadis – door het lichaam stroomt.
In de Chinese geneeskunde heet dat qi, de vitale energie die zich door meridianen beweegt.
Wanneer er trauma of chronische spanning is, kan deze stroom blokkeren. Niet omdat er iets “stuk” is, maar omdat het lichaam probeert de balans te bewaren. Het trekt energie terug uit gebieden die als bedreigend worden ervaren. Rond de bekkenbodem, de borst, de handen, of soms zelfs de hele huid kan dan een soort energetische mist ontstaan: een tussenruimte waar het gevoel niet meer volledig aankomt.
De oude teksten beschrijven dit als verstoring van de shrotas (in Ayurveda) of stagnatie van qi (in de Chinese leer). En beiden wijzen erop dat herstel begint bij veiligheid en warmte.
Niet bij druk of manipulatie, maar bij een trage herverbinding tussen adem, aandacht en huid.
De adem, de kaak en het bekken – één lijn
Wat veel vrouwen mij vertellen, is dat ze hun kaken vastzetten. Soms alleen ’s nachts, soms de hele dag door zonder het zelf te merken. Dat lijkt misschien een klein detail, maar het lichaam spreekt hier een heel duidelijke taal. De kaak en de bekkenbodem zijn namelijk direct met elkaar verbonden – via diepe spierketens, zenuwbanen en het ademritme.
Wanneer de kaak zich aanspant, sluit het bekken zich. Wanneer het bekken zich opent, verzacht de kaak. Dat is geen symboliek, maar fysiologie én energetica tegelijk.
Bij vrouwen die veel hebben moeten volhouden, sterk zijn, dragen, overleven – zie ik vaak dat de kaak het laatste stuk is dat “alles vasthoudt”. Alsof de mond zegt: “ik moet stil zijn, ik mag niet laten horen wat er leeft.”
En precies daar verstilt vaak ook het bekken – het deel van het lichaam waar zoveel zachtheid, creatiekracht, overgave en eigen ruimte ligt.
Daarom werk ik tijdens sessies vaak zowel op de kaak als op de bekkenbodemregio, als dat klopt in het moment. Ik nodig dan de adem uit om door de neus in te stromen, en op de uitademing zacht door de mond te ontsnappen – met de tong rustend achter de boventanden, waardoor het hele cranio-sacrale gebied opent. De uitademing mag een geluid dragen, hoe klein ook.
Voor veel vrouwen voelt dat eerst vreemd, kwetsbaar zelfs. Maar juist dát geluid – hoe zacht ook – brengt iets in beweging.
En wanneer ik vervolgens het bekken masseer, ondersteun ik de stroom door heel subtiel op het borstbeen te kloppen. Alsof de energie een weg krijgt van het bekken naar de keel, van gevoel naar expressie. Soms komen er dan geluiden vrij die al jaren vastzaten. Soms trilt het lichaam. Soms komt er een diepe zucht alsof het lichaam zegt: eindelijk.
Dat moment is nooit “dramatisch” – het is wijs. Het is het lichaam dat weet hoe het zichzelf mag bevrijden.
De paradox van genezing
Wat ik in mijn praktijk steeds opnieuw zie, is dat genezing niet begint bij het “doorbreken” van die muur, maar bij het respecteren ervan. De muur is niet het probleem – het is het bewijs dat het lichaam zichzelf jarenlang heeft beschermd. En zolang die bescherming nodig was, heeft ze goed gediend.
Het moment dat iemand voor het eerst weer iets voelt – een tinteling, een rilling, een traan zonder duidelijke reden – kan daardoor een heilig moment zijn. Het is het lichaam dat zegt: ik durf weer iets te laten binnenkomen.
Dat kan pas als er veiligheid is. Niet de veiligheid van woorden, maar van aanwezigheid.
De onzuivere aanraking
Er komen ook vrouwen bij mij die eerder een ervaring hebben gehad met iemand die zich spiritueel of religieus voordoet, maar de grens tussen heling en misbruik vertroebelt. Dat is pijnlijk om te horen – niet alleen omdat het vertrouwen beschadigd raakt, maar omdat de verwarring dan nóg groter wordt. Een aanraking die “heilig” genoemd wordt maar onveilig voelt, verwart het zenuwstelsel diep. Het lichaam weet dat iets niet klopt, maar de geest probeert het te rechtvaardigen.
Dat veroorzaakt opnieuw dissociatie: het lichaam sluit zich af om niet wéér overspoeld te worden.
Daarom is zuiverheid in aanraking geen dogma, maar noodzaak. Het betekent dat een aanraking nooit iets “wil”, niets “verwacht” en niets “neemt”. Ze is er om te ontvangen wat is, niet om iets los te wrikken. Alleen dan kan het lichaam zichzelf opnieuw vertrouwen.
De rol van de therapeut
Voor mij begint het werk altijd bij afstemming. Niet bij techniek, niet bij druk, maar bij luisteren.
De eerste aanraking is geen hand op de huid, maar de stilte ertussen. Daar, in die ademloze ruimte, voel ik of iemand aanwezig is of niet.
Soms werk ik op afstand van de huid – een hand boven een gebied dat nog te kwetsbaar is om direct aan te raken. Soms gebruik ik klank of trilling, zodat het lichaam iets mag ervaren zonder dat er directe fysieke aanraking is. Soms is het alleen adem – samen ademen tot het zenuwstelsel ontspant.
De handen volgen pas als het lichaam uitnodigt. Ik werk dan met trage, ritmische bewegingen, waarbij elke aanraking een vraag is, geen handeling. De huid leert weer dat aanraking niet altijd spanning hoeft te betekenen. Dat ze mag ontvangen zonder iets te moeten teruggeven.
Dat aanraking een vorm van gebed kan zijn.
De taal van aanraking en klank
Soms begint herstel niet met woorden, maar met trilling. Een lichaam dat zich lange tijd heeft afgesloten, reageert vaak eerder op frequentie dan op fysieke aanraking. Daarom werk ik graag met klank – tonen van 432 Hz, gedragen door de unieke klanktafel – zodat het lichaam kan resoneren zonder dat er direct contact hoeft te zijn.
De klank beweegt door de huid heen, bereikt weefsels waar woorden niet kunnen komen.
Vaak weet iemand na afloop niet precies wat er gevoeld is, alleen dat er iets in beweging is gebracht, iets wat lang stil heeft gelegen.
Soms is zelfs liggen al een uitdaging. Voor iemand die vroeger op haar rug lag tijdens misbruik, kan die houding onbewust het lichaam terugbrengen in de herinnering van machteloosheid. In zulke momenten vraag ik niet om ontspanning, maar om toestemming. Ik volg het lichaam, adem mee, en geef ruimte aan wat zich aandient.
De massage zelf voer ik zacht uit – handen opleggen en weghalen, langzaam, alsof ik het lichaam leer dat aanraking niet altijd iets vraagt. Lange strijkingen helpen om de delen die ooit afgesplitst waren, weer met elkaar te verbinden. Met stemvorken volg ik de stroming van energie, voel waar het stil wordt en waar het wil stromen.
Er ontstaat een subtiele dialoog:
Voel je dit, of niet?
Mag ik hier zijn, of niet?
Soms zijn er plekken waar mijn handen even rusten zonder te bewegen. Soms is het precies dat stilstaan wat het lichaam het meest nodig heeft.
In één van deze sessies gebeurde er iets bijzonders.
Aan het einde van de sessie vroeg zij of ze míjn hand mocht aanraken. Het was een klein gebaar, maar groot in betekenis: de aanraking kwam nu van haar uit. Even later vroeg ze of ik mijn handen zacht om haar hals wilde leggen – een plek waar ooit paniek zat, maar die nu opnieuw mocht worden aangeraakt. Zacht, met toestemming, met aanwezigheid. In dat moment vond een herprogrammering plaats: het lichaam leerde dat handen ook respectvol kunnen zijn.
Ze zei na afloop: “Ik neem andere ervaringen mee. Handen kunnen ook veilig zijn. Ik heb weer leren voelen.”
Holistische heling in lagen
In de Chinese geneeskunde onderscheiden we verschillende lagen van het lichaam: de oppervlakkige (wei qi), de emotionele (ying qi), en de diepe energetische kern (yuan qi).
Bij dissociatie is het alsof de buitenste laag nog wel reageert – de huid voelt een aanraking – maar de diepere lagen nog afgesloten blijven. Daarom kan iemand zeggen: ik voel je hand wel, maar niet echt.
De heling begint vaak aan de buitenkant.
Warmte, zachte aanraking, aromatische olie, ritme, klank – al deze elementen helpen om de wei qi te kalmeren. Vanuit daar kan de aandacht langzaam zakken naar binnen, richting het hart en de buik. In Ayurveda zou je zeggen: de vata dosha (het element lucht en beweging) mag weer tot rust komen, zodat prana vrij kan stromen. Pas dan ontstaat er een subtiele herinnering van veiligheid: het is oké om weer te voelen.
Na de sessie – wanneer het lichaam verder gaat
Herstel gebeurt niet alleen ín de sessie.
Vaak begint het pas daarna, wanneer het lichaam in rust komt en niet meer “moet”. Soms merk je een zachte vermoeidheid, alsof er iets diep van binnen zegt: nu mag ik eindelijk uitademen.
Soms komt er juist helderheid, een soort licht in de borst of buik, alsof er ruimte is vrijgekomen.
Het is ook mogelijk dat er later op de dag emoties zachtjes loskomen — een traan, een zucht, een onverwachte kwetsbaarheid. Dat betekent niet dat er “iets terugkomt” of dat je iets verkeerd hebt gedaan. Het is het lichaam dat ontlaadt wat het jarenlang heeft vastgehouden.
Sommige vrouwen dromen die nacht dieper dan anders.
Sommigen voelen tintelingen in het bekken, keel of handen.
Sommigen hebben ineens behoefte aan stilte, warmte, zachtheid — aan niets moeten.
Alles hiervan is normaal.
Het lichaam is aan het herschrijven.
Ná de sessie is het helpend om:
- warm te blijven (een plaid, warm water, zachte kleding)
- veel te drinken, vooral warm of lauwwarm
- niet meteen terug te keren naar drukte of gesprekken
- even te wandelen, te liggen, of in stilte te zitten
- te ademen zonder doel
Het lichaam weet wat het te doen heeft – als jij het de tijd en ruimte geeft.
Het hoeft niet sneller.
Het hoeft niet dieper.
Het mag zacht.
Wat je zelf kunt doen
Voor wie zichzelf herkent in dit verhaal – in dat niet-voelen, dat onverklaarbare spanningsveld tussen willen openen en niet kunnen – is het belangrijk om mild te blijven.
Je hoeft het niet te forceren.
Gevoel komt niet terug omdat je dat besluit, maar omdat het zich veilig genoeg voelt om te komen.
Wat kan helpen, zijn kleine, rituele momenten van lichaamsherinnering. Geen oefeningen met een doel, maar gebaren van aandacht:
- ’s Ochtends, voor je je aankleedt, je handen even op je hart leggen en diep ademen
- Of je voeten masseren met warme olie, langzaam, alsof je de aarde begroet
- Of in bad gaan en voelen hoe water langs je huid stroomt – zonder oordeel, zonder verwachting
- Misschien voel je niets, misschien iets heel kleins. Laat dat genoeg zijn.
Het lichaam herinnert zich in lagen.
Elke aanraking die veilig voelt, herschrijft een stukje van de oude code.
Elke ademhaling die je helemaal toelaat, brengt iets terug van wie je was voordat je moest overleven.
Over aanraking en vertrouwen
In de westerse psychologie spreken we vaak over “herstel van vertrouwen”, maar vanuit holistisch oogpunt is het méér dan dat. Het gaat niet alleen om vertrouwen in een ander, maar ook in het eigen lichaam. Want hoe kun je iemand anders vertrouwen, als je je eigen huid niet vertrouwt?
Daarom is aanraking in heling een heilig proces. Het vraagt van de masseur of therapeut niet alleen kunde, maar ook zuiverheid, nederigheid, en het vermogen om niets te willen. Zodra aanraking een doel krijgt – zelfs het nobele doel om “te helpen” – is ze niet meer neutraal. De kunst is om aanwezig te blijven zonder te grijpen, zonder te duwen, zonder te redden.
Wanneer aanraking weer veilig wordt, komt gevoel terug. Niet altijd meteen plezier of genot – soms eerst verdriet, dan rust, dan stilte. Maar daarachter ligt iets diepers: het besef dat voelen niet langer gevaarlijk is. Dat is het begin van echte vrijheid.
De spirituele dimensie van voelen
In veel oude tradities wordt aanraking gezien als een vorm van gebed. Niet in religieuze zin, maar als een handeling waarin het heilige van het leven wordt erkend. In de Indiase tantra, in de taoïstische geneeskunde, in de soefi-leer – overal komt het idee terug dat het lichaam een tempel is, een drager van bewustzijn.
Wanneer iemand zijn tastzin verliest, verliest hij niet alleen contact met de wereld, maar ook met het eigen heilige binnenin. Daarom is het herstellen van tastzin niet zomaar therapie, maar een terugkeer naar essentie. Niet de aanraking op zich geneest, maar de aanwezigheid waarmee die wordt gegeven.
Een aanraking die met eerbied gebeurt, wekt herinnering op. De huid, die ooit het slagveld was, wordt dan weer een plek van geborgenheid. De adem die ooit haperde, wordt weer een stroom.
Het lichaam dat ooit “niets” voelde, herinnert zich stap voor stap wat leven is.
Een proces van thuiskomen
Ik zie dit herstelproces vaak als een reis terug naar huis. Eerst is er verwarring: waarom voel ik niets, waarom sluit mijn lichaam zich af? Dan komt er soms weerstand: het verlangen om “snel beter te worden”, om “weer normaal te voelen”. Maar naarmate de zachtheid groeit, verdwijnt de haast. Er komt een andere beweging, van binnenuit.
Het lichaam zegt dan: ik ben hier, maar ik heb tijd nodig. En op een dag gebeurt het onverwacht – tijdens een massage, in bad, of terwijl je in de zon zit. Een traan rolt, een adem verdiept, een tinteling komt tot leven. Dat is het moment dat het lichaam zichzelf weer toelaat. Niet omdat het “genezen” is, maar omdat het zich herinnert dat voelen veilig kan zijn.
Sommige deuren in het lichaam openen langzaam. Soms hebben ze jaren nodig. Maar elke stap richting voelen is een stap richting vrijheid.
Wie ooit heeft moeten bevriezen om te overleven, weet hoe kostbaar warmte is.
En wie ooit zijn tastzin verloor, weet hoe diep de waarde van een zuivere aanraking reikt.
Voelen is geen luxe.Het is de taal van het leven zelf.
En als die taal terugkeert, keert ook de mens terug naar zichzelf – niet als slachtoffer van wat ooit was, maar als getuige van eigen kracht, van overlevingskunst, van hernieuwde zachtheid.
Soms is dat het mooiste wat aanraking kan doen:
geen pijn wegnemen, maar aanwezigheid terugbrengen.
Geen verleden herschrijven, maar het lichaam leren fluisteren: je bent veilig, je mag weer voelen.
Mini FAQ
- Wat is somatoforme dissociatie?
Een toestand waarbij het lichaam zich afsluit voor bepaalde sensaties als reactie op oude pijn of trauma. Het is een beschermingsmechanisme van het zenuwstelsel. - Kan trauma ervoor zorgen dat je aanraking niet meer voelt?
Ja, langdurige stress of misbruik kan leiden tot tactiele anesthesie: het tijdelijk uitschakelen van tastzin om het lichaam te beschermen. - Hoe kan massage helpen bij dissociatie?
Door zachtheid, ritme en aanwezigheid kan massage het lichaam opnieuw laten ervaren dat aanraking veilig mag zijn. - Wat is het effect van klank op het zenuwstelsel?
Klanken van 432 Hz resoneren met het lichaam en helpen spanning los te laten zonder directe aanraking, wat veiligheid bevordert. - Wat kan ik zelf doen om weer te leren voelen?
Neem dagelijks kleine momenten van aandacht — adem, warmte, aanraking — en geef je lichaam toestemming om in zijn eigen tempo te ontwaken.
Cliënt reflectie:
Ik heb jarenlang gedaan alsof het goed ging.
Lachen, werken, praten. Alles “normaal”.
Maar mijn lichaam bleef dicht. Mijn bekken, mijn adem, mijn stem… alles hield zich stil.
Tijdens de sessie voelde ik eerst niets.
En toen… heel langzaam… kwam er warmte.
Niet mooi of sierlijk. Eerder rommelig, schurend.
Alsof mijn lichaam aarzelde of het wel veilig was om terug te komen.
En toen ontspande mijn kaak.
Heel klein.
Maar die ene beweging was genoeg om iets te laten breken.
Ineens was er geluid.
Niet gestuurd, niet bedacht.
Het kwam van diep — van die plek die ik jarenlang heb proberen te vergeten.
Ik heb gehuild. Niet van verdriet alleen, maar omdat mijn lichaam eindelijk mocht spreken.
Het was geen mooi moment.
Het was echt.
Toen jij zacht op mijn borstbeen klopte en mijn bekken aanraakte, voelde ik iets stijgen naar mijn keel. Alsof mijn lichaam zei: “Ik ben hier. Ik leef. En ik hoef niet meer stil te zijn.”
Sindsdien voelt mijn lichaam minder als een plek die ik draag…
en meer als een plek waar ik mag wonen.
Misschien ben ik nog onderweg.
Maar ik ben weer op weg naar mij.
– anonieme cliënte, 36 jaar
Cliënt reflectie:
Er is iets in mij zacht opengegaan. Niet in één keer, niet groots… maar echt voelbaar.
Het was alsof mijn lichaam fluisterde: “Ik ben er nog.”
Ik hoefde niet meer zo te vechten om erbij te blijven. Alsof hoofd, hart en lijf elkaar weer even vonden.
En ik weet: dit is geen hocus-pocus one-stop oplossing. Dit is een weg terug – stukje bij beetje, laag na laag.
Daarom heb ik een nieuwe sessie ingepland. Omdat dit pas het begin is, niet het eindpunt.
Ik ben aan het thuiskomen.
Zacht.
Op mijn eigen tempo.
Soms begint heling niet met grote stappen,
maar met een adem die eindelijk weer durft te bewegen.
— anonieme cliënte, 43 jaar
© andersdanandersmassage
Geef een reactie